Gameverslaving is voor mij niet zo serieus

Geplaatst: February 8th, 2010 | Schrijver: Nederob | Categorie: Nieuws | Tags: | 2 Reacties »

Vorige week verscheen er een interessant artikel op de site van Trouw. De game-industrie doet er, volgens onderzoeksbureau IVO, niets aan om de verslaving van games tegen te gaan of om mensen te waarschuwen voor de gevaren. Tony van Rooij van IVO, Martin Reddeman van een verslavingskliniek, en Jeroen Lemmens van de Universiteit van Amsterdam komen aan het woord om te praten over gameverslaving. Er zitten mij een aantal dingen niet helemaal lekker, en natuurlijk is dat in mijn geval een gevoelskwestie.

Ik heb nog wel een aantal ideeën over het artikel dat in Trouw geplaatst is. Lees het artikel echter zelf ook even. Wellicht dat het mijn artikel in een ander perspectief plaatst. Laat ik even voorop stellen dat er een aantal zaken erg sterk zijn aan het artikel van Harriet Salm. Toch wil ik graag kritiek uiten. Op de eerste plaats omdat ik het simpelweg niet eens ben met de bepaalde krachttermen die gehanteerd worden, en ten tweede omdat Salm simpelweg haar belofte niet nakomt. Als journalist moet je wel proberen om woord en wederwoord toe te passen, zeker bij een dergelijk onderwerp.

Video Games - toen games nog interessanter waren dan medicijnen en de wetenschap.

Video Games - toen games nog interessanter waren dan medicijnen en de wetenschap.

Het artikel, getiteld ‘Computerspellen regeren de game-junk’, opent met een alinea waarin Salm de belangrijke vraag stelt. ‘Ontloopt de game-industrie haar maatschappelijke verantwoordelijkheid?’ De vraag in kwestie is een relevante, en dergelijke vragen dienen beantwoord te worden door voor- en tegenstanders. Het artikel wordt echter geopend met uitspraken van Martin Reddeman, de eigenaar van een bedrijf dat gameverslaafden behandelt. Vragen stellen aan deze man is bijna gelijk aan het ondervragen van een PR-persoon van bedrijf X over product X.

Het rapport van onderzoeksbureau IVO is echter vele malen interessanter. Tony van Rooij van het onderzoeksbureau vergelijkt de game-industrie met de gokindustrie. Wat van Rooij echter vergeet is dat mensen die gokken de droom hebben dat ze er financieel beter van worden. In de werkelijkheid kost het ze gewoon geld. Gamers die verslaafd zijn aan online games betalen doorgaans een bepaald bedrag per maand. Hier zijn geen voorwaarden, en zeker geen verdere financiële verplichtingen.

Ook de Jeroen Lemmens doet opvallende uitspraken. Ik leef bij de volgende stelling die juist in het Engels ontzettend lekker bekt: “Assumption is the mother of all fuck ups”, en ondertussen veronderstelt de heer Lemmens dat jongeren problemen meenemen uit hun puberteit naar het moment dat ze volwassen zijn.

Gameverslaving: Gamer blijft gamen terwijl een blote vrouw om hem heen hangt.

Gameverslaving: Gamer blijft gamen terwijl een blote vrouw om hem heen hangt.

Arno Wilkens van United Games ontkent het bestaan van gameverslaving niet, maar vindt het onzin om de game-industrie verantwoordelijk te stellen: “We zijn niet verantwoordelijk voor de acties van individuele spelers. Verschillende adviezen of waarschuwingen zijn inderdaad wenselijk. Maar restricties inbouwen voor de mogelijkheden binnen je spel zijn uit den boze. Een sigaret stopt halverwege ook niet met branden, en een fles alcohol sluit zichzelf ook niet wanneer het glas half vol is,” geeft Wilkens aan tegenover Novum Nieuws. Trouw.nl meldde dit ook naar aanleiding van het onderzoek van IVO.

Ik ben zeker niet van plan om te ontkennen dat er iets bestaat als een gameverslaving, maar er ontstaat zoveel ‘hype’ rond de wereld van games dat mensen zonder kennis van zaken dingen gaan roepen gebaseerd op eerdere constateringen. Laten we Lemmens even als voorbeeld nemen. Hij is van mening dat Blizzard Entertainment te weinig doet om verslaving tegen te gaan in de online game ‘World of Warcraft’. Ik snap zijn punt, maar wat Lemmens vergeet is dat Blizzard niet had verwacht dat hun game deze vorm aan zou nemen. Tegenwoordig zijn speelsessies in ‘World of Warcraft’ een stuk korter en kan je een wekker zetten zodat je andere afspraken niet vergeet. Blizzard is dus wel degelijk bezig om iets te doen aan gameverslaving. Het is niet veel, maar zolang men niet hard kan maken dat gameverlaving een daadwerkelijke geestesziekte is, kunnen we enkel vooronderstellen. En zoals ik al zei: “Assumption is the mother of all fuck ups”. Navraag bij Blizzard heeft overigens nog altijd geen reactie opgeleverd, helaas.

Arno Wilkens van United Games heeft tegenover Novum Nieuws zijn ongenoegen geuit over het rapport van onderzoeksbureau IVO. “De grootste verantwoordelijkheid ligt zoals bij alle verslavingen bij de ouders,” zegt Wilkens. “Er zijn softwaresystemen in werking die actief in de gaten houden hoe lang spelers de game spelen. Als een speler over een van tevoren bepaalde maximale tijd heen gaat, komt er een berichtje over binnen,” geeft Wilkens aan. Binnenkort kunnen ouders in bijvoorbeeld ‘Runes of Magic’ een slot op een spel zetten, zodat de game slechts een bepaald aantal uur per dag of week gespeeld kan worden.

Een van de meest zinnige opmerkingen in het artikel komt wonderbaarlijk genoeg van wonderdokter Reddeman: “Voor zo’n 97 procent van de mensen geeft gamen geen problemen, is het dan logisch toch te waarschuwen? Bovendien, met een waarschuwing is het voor hen niet opgelost, dus wat bereik je ermee?”, waarna Reddeman aangeeft alleen maar blij te zijn met de discussie die het rapport van IVO opwekt. “Zo’n debat leidt wel tot extra aandacht voor de gevaren en dat is ook winst.” Winst voor het bedrijf van Reddeman? Genoeg gegrapt.

Gameverslaving 2.0 - Een toekomstig probleem of een storm in een glas water?

Gameverslaving 2.0 - Een toekomstig probleem of een storm in een glas water?

Ook ik ken mensen die doordraaiden in hun eigen virtuele wereld. Een oud-collega zag ik letterlijk wegzinken in ‘World of Warcraft’. Iets wat ooit begon als een onschuldig spelletje spelen met collega’s na werktijd, resulteerde op een gegeven moment in het verslonzen van zichzelf en het nalaten van taken op het werk. Hij verloor zijn werk, vrienden en schijnt een nieuw leven te zijn gestart. Ik heb echter nooit meer iets van hem vernomen.

Dit is echter een uitzondering. Volgens de onderzoekers van IVO, Reddeman en Lemmens, gaat het hier om slechts twee tot drie procent van alle gamers. Daarnaast liggen er bij een gameverslaving, naar mijn idee, meer problemen ten grondslag. Eenzaamheid en verdriet zouden bijvoorbeeld een stimulans kunnen zijn om te ‘verdwijnen’ in een online wereld. Daarnaast komen veel verslavingen voort uit andere verslavingen, en dus zou het interessant kunnen zijn om te kijken naar de verhoudingen tussen bijvoorbeeld drugs- en gameverslaafden, de maatschappelijk en sociale positie van dergelijke probleemgevallen is ook interessant.

In het begin van mijn betoog stelde ik dat Harriet Salm haar belofte als schrijver van dit artikel op Trouw.nl niet nakomt. De reden heb ik nog altijd niet genoemd. Het is namelijk een kwestie van hoor en wederhoor. Salm laat enkel mensen aan het woord die het rapport van IVO ondersteunen. Meningen uit de game-industrie, van de uitgevers, andere onderzoekers die het resultaat tegen spreken, worden niet meegenomen in de tekst. Goed, Wouter Rutten van de NVPI is nog even aan het woord, maar de PEGI-keuring heeft niets te maken met verslavingen. PEGI keurt slechts de inhoud van het spel en neemt niet de moeilijkheidsgraad of ‘verslavingsfactor’ mee.

Verslavingen zijn, hoe dan ook, niet goed. Daar doet de eenzijdige reportage van Salm niets aan. Overmaat schaadt. Ik heb even op internet gezocht naar cijfers over verslaafden in Nederland. Zo waren er in Nederland in 2005 zo’n 800 duizend probleemgevallen met een alcoholverslaving. Ruim 1800 mensen kwamen om. Tel daar de comazuipende jongeren bij op, en we hebben een probleem. Dat geldt natuurlijk ook voor de 40 duizend drugsverslaafden in ons land, en de 40 tot 75 duizend gokverslaafden. Dat er in Nederland dan ook nog eens tienduizenden gameverslaafden zijn, zet je toch even aan het denken.

Zelf speel ik ‘World of Warcraft’, met pauzes, al bijna vijf jaar. Met veel plezier overigens. Mijn collega’s, voormalig WoW-fans, noemen mij de grootste casual WoW-er die ze ooit hebben gezien. Ik wil graag de Lich King verslaan, maar dat is een mijlpaal die ik waarschijnlijk nooit zal bereiken. Voor mij is de grootste drug op gamegebied niets meer dan een lekkere snack waar ik af en toe heel veel zin in heb, net zoiets als Cola en koekjes, en vooral die drie in combinatie is heerlijk. Dat is misschien dan ook wel de grootste zwakte, want dankzij de katalysator van Cola en koekjes krijg ik zin om te WoW-en, en dat hebben 2 a 3 procent van de gamers ook wanneer ze bijvoorbeeld eenzaam thuis zitten of ongelukkig thuiskomen van het werk. Mensen, het is niet allemaal zo zwart/wit, dat wil ik maar zeggen.

Misschien ook leuk om te lezen:


2 Comments on “Gameverslaving is voor mij niet zo serieus”

  1. 1 Wouter Rutten said at 09:22 on February 9th, 2010:

    Het interessante is dat ik precies heb aangegeven waar de nuance ligt. PEGI is slechts genoemd om te illustreren dat de uitgevers wel degelijk hun verantwoordelijkheid kennen. Maar goed, als je van Wouter in Edwin verandert, weet je ook maar niet wat er van de inhoud overeind blijft.

  2. 2 Robert Hoogendoorn said at 14:34 on February 9th, 2010:

    Wouter – het is ook geen aanval op jou, zoals je hebt kunnen lezen, maar een aanval op de schrijfster van het stuk. Dat ik jouw naam verschrikkelijk fout heb, is inderdaad een giga blunder van mijn kant. Excuses.